Risicoprofiel
Wij hebben de mogelijke risico’s, inclusief hun oorzaken en gevolgen in beeld gebracht. De totale omvang van de risico’s bedraagt bruto € 49 miljoen. Dit is € 8 miljoen lager dan de vorige risico-inventarisatie (in de jaarrekening 2023). Dit komt doordat:
- De risico’s die samenhangen met het beëindigen van de dienstverlening aan Ommen per 1 januari 2025 vervallen. Dit betreft een bedrag van € 3,2 miljoen. Het deel van de taakstelling dat (nu) niet is gerealiseerd, is als incidenteel of structureel budget in de begroting opgenomen.
- De omvang van het risico op hogere uitgaven voor de uitvoering van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijk ondersteuning kan worden verlaagd met € 1,2 miljoen. Dit is mogelijk gelet op de uitgaven in 2023 en de prognose 2024. Met name omdat er geen grote overschrijdingen zijn van de Wmo-budgetten.
- De omvang van de garantstellingen die wij hebben verleend, is verlaagd. Het effect op het risicobedrag is ongeveer € 4 miljoen.
Voor de berekening van het benodigde weerstandsvermogen houden we rekening met de kans dat een gebeurtenis zich voordoet en het financieel gevolg van een gebeurtenis (= kans * financiële impact). Niet alle risico's zullen zich tegelijkertijd en in dezelfde omvang voor doen. Het resultaat is dat met een beschikbare weerstandscapaciteit van € 17 miljoen het voor 90% zeker is dat de risico's zijn afgedekt.
Toelichting risico’s
We hebben 53 risico’s met een financieel gevolg. De risico’s hebben we ingedeeld. Daarbij zijn we uitgegaan van de mogelijke omvang van een risico en de kans dat een risico zich voordoet. In de tabel ziet u de verdeling van de risico’s.
|
|---|
We beschrijven de mogelijke risico’s met een enorme of substantiële impact en waarbij de kans dat die zich voordoet groter is dan 50%.
1. Grondexploitaties € 2.649.000
In de Nota Grondexploitatie 2025 en de paragraaf Grondbeleid worden de risico’s beschreven in de grondexploitaties. De grootste risico’s zijn:
- Hogere kosten voor de aanleg van het openbaar gebied.
- Vertraging in de uitgifte als gevolg van marktontwikkelingen.
- Het tot stand komen van de verschillende bestemmingsplannen binnen Marslanden II.
In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 90% meegenomen.
In deze risicoberekening is niet opgenomen dat de prijs die is betaald voor aangekochte gronden niet wordt terugverdiend als de uitgifte voor woningbouw of bedrijfskavels niet doorgaat. Voor een goede inschatting van zo’n risico is een analyse nodig. Gelet op de huidige vraag naar woningen en bedrijfskavels lijkt het risico beperkt.
Verder zijn we met de Belastingdienst in overleg over de toepassing van Vennootschapsbelasting over de winsten van de grexen.
Benodigde risicoreserve Nota grondexploitatie (grex) | |
Benodigde risicoreserve per grex | Nota grex 2025 |
|---|---|
(Bedragen in euro x €1.000) | X |
Centrumplan Hardenberg | 414 |
Centrumplan Dedemsvaart | 50 |
Hardenberg Wonen | 0 |
Hardenberg Werken | 855 |
Marslanden II | 713 |
Overige projecten | 617 |
Totaal | 2.649 |
4. Informatiebeveiliging €3.900.000
Als gemeente werken we veel met waardevolle en privacygevoelige informatie, die steeds meer tijd- en plaats onafhankelijk beschikbaar moet zijn. Daarvoor gebruiken we allerlei systemen. Door maatschappelijke- en technologische ontwikkelingen is het belangrijk de risico’s op uitval en van de veiligheid van informatie onder ogen te zien. We zorgen voor bewustwording van de risico’s en nemen beheersmaatregelen. Desondanks blijft het risico dat onze systemen uitvallen. Door cybercrime of een technische storing. Als vervanging of herstel van systemen nodig is buiten de reguliere vervangingsperiode zijn extra investeringen nodig. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 50% meegenomen.
5. Uitvoering van de Jeugdwet en de WMO € 3.500.000
De Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn openeinderegelingen. Het aantal mensen dat zorg nodig heeft, kan toenemen. Wij hebben de plicht inwoners te ondersteunen. Een overschrijding van het budget in de begroting is geen reden om deze ondersteuning niet te bieden. Als meer zorg nodig is, stijgen de kosten. Wij werken aan maatregelen om de stijging van de kosten te beheersen en zo mogelijk kosten te verlagen.
In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 90% meegenomen.
6. Budgetoverschrijding Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz € 1.000.000
Wij ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Wij zijn zelf verantwoordelijk voor het beleid rondom de uitkeringen en de loonkostensubsidie, en voor de uitvoering ervan. De financieringssystematiek sluit hierbij aan. Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast dat volgens een vaste verdeelsystematiek onder de gemeenten wordt verdeeld. Dat budget is niet geoormerkt: een gemeente mag een overschot vrij besteden en moet een tekort in beginsel zelf opvangen.
In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 70% meegenomen.
7. Stijging loonkosten en (pensioen)premies € 500.000
Een stijging van loonkosten als resultaat van CAO-onderhandelingen zal deels gedekt kunnen worden door een stijging van de rijksbijdrage. De verwachting is dat die dekking niet volledig zal zijn.
Een stijging van de lonen zal ook als gevolg hebben dat meer (pensioen)premies moeten worden betaald.
In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 90% meegenomen.
8. Onvoldoende gekwalificeerd personeel € 750.000
Er is sprake van krapte op de arbeidsmarkt. Daardoor bestaat de kans dat vacatures niet kunnen worden ingevuld. Daarnaast zijn er meerkosten omdat personeel moet worden ingehuurd. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 70% meegenomen.
Niet gecalculeerde risico’s
Economische ontwikkelingen leiden tot stijging van kosten van goederen en diensten. De duur en de omvang van die ontwikkelingen zijn nog niet goed in te schatten. In de berekening van het risicoprofiel is hiermee geen rekening gehouden. Wij zullen deze ontwikkelingen verwerken in de (meerjaren)begroting.
Omgevingsdienst IJsselland PM
In Nederland loopt het IBP-VTH programma (Interbestuurlijk programma versterking vergunning-, toezicht- en handhavingsstelsel). Op grond hiervan moeten omgevingsdiensten voldoen aan robuustheidseisen. Waaronder financiële eisen. De Omgevingsdienst IJsselland voldoet hier op dit moment niet aan. Dit betekent dat de gemeente Hardenberg in 2025 mogelijk geconfronteerd kan worden met een structurele uitzetting van de gemeentelijke bijdrage aan de Omgevingsdienst IJsselland. Hoe groot deze uitzetting van kosten kan zijn, is niet in te schatten.
Actualisatie milieuvergunningen PM
Het actualiseren van milieuvergunningen is een wettelijke verplichting. De afgelopen jaren kon hier met name door capaciteitsgebrek geen aandacht aan worden gegeven. De Omgevingsdienst IJsselland wil deze taak projectmatig versneld vanaf 2025 oppakken. Er is op dit moment nog geen specifiek budget voor beschikbaar. Het gaat hierbij met name om de zwaarste categorieën bedrijven. De gemeente Hardenberg heeft circa 70 zware bedrijven (agrarisch IPPC). Er is nog geen uitvoeringsbudget voor dit project in de begroting 2025 van de Omgevingsdienst opgenomen. Gelet op de wettelijke verplichting start de omgevingsdienst in 2025 met deze activiteiten en zal de kosten hiervoor separaat in rekening brengen. Hoe groot de kosten voor Hardenberg in 2025 voor dit project zal zijn is op dit moment niet in te schatten.
Mijnbouw PM
Als er gas gaat worden gewonnen uit het nieuw aan te boren gasveld, dan zal een deel van de opbrengst ten goede komen aan de omgeving waarin het gas wordt gewonnen. In 2025 verkennen we hoe we hier samen met het Rijk en de NAM invulling aan kunnen geven.
HR21 PM
Wij gaan HR21 invoeren als ons nieuwe functiewaarderingsysteem. Hierdoor is er een kans dat de loonsom beïnvloed wordt.

